BENSCHOP IN DE LOOP DER EEUWEN

VII.  De schoolmeester

UIT HET GEMEENTE ARCHIEF VAN BENSCHOP

De meeste mensen denken dat het ,,volksonderwijs" iets is van de laatste twee eeuwen, maar dit hoofdstukje zal laten zien, dat het van veel oudere datum is, zelfs in Benschop. Wanneer precies de eerste scholen in de Lopikerwaard zijn opgericht is niet bekend, maar Benschop was er al vroeg bij, want in de Kerkmeestersrekeningen over 1564-1566 staan al herstellingswerkzaamheden aan het schoolgebouw vermeld. In rekeningen van 1576 wordt vermeld dat de school omgevallen is en het onderwijs gegeven wordt in de pastorie. In 1588 werd Jan Peterse van Gelder tot schoolmeester benoemd. In zijn benoemingsakte stond: „dat de schamele kynderen toegang tot de school zouden hebben na ouder gewoonten." Dat ,,na ouder gewoonten" wijst er op dat er veel vroeger al onderwijs gegeven werd. Bovengenoemde Jan Peterse werd door de schout, burgemeesters en kerkmeesters benoemd. In de jaren 1580-1588 was de Benschopse school ook ,,een duivetil" net als de Sint Victorschool in de jaren 1950-1960, want gedurende die 9 jaren waren er zes verschillende meesters op die éénmansschool geweest. Het vaste salaris van meester Jan bedroeg 50 gulden per jaar. Hij had echter vrij wonen. Tevens ontving hij het schoolgeld van de kinderen. Dat bedroeg 2 stuivers per maand. Kinderen van buiten Benschop moesten 3 stuivers betalen. Zijn aanstelling was voor l jaar en werd telkens stilzwijgend verlengd, maar ,,Souden echter, dat God verhoede, d'ondersaten van Benschop verlopen deur den oorlog ende dorp verlaten, so sal zijner dienst uyt weesen." Meester Jan is gebleven tot 1601. Van 1601-1644 zijn er weer 14 verschillende schoolmeesters geweest. In 1627 bedroeg het salaris 100 gulden per jaar. Hiervan betaalde het gemeneland 82 gulden, de kerk 12 gulden en het armbestuur 6 gulden. Er werd toen een reglement opgesteld waaraan een schoolmeester zich te houden had. Enige punten hieruit waren:

  1. Hij zal zijn school en scholieren waarnemen zes dagen in de week. Van Pasen tot Allerheiligen (l nov.) 's morgens van 7 tot 11 uur en 's middags van l tot 4 uur. In de wintertijd begon de school 's morgens orn 8 uur. Donderdag namiddag hadden de kinderen een speeldag en de meester vrij.

  2. Op zaterdag namiddag zal hij de scholieren hooft voor hooft onderwijzen in gebeden, psalmen en lofzangen.

  3. Hij sal gehouden zijn in de kerk voor te lezen en voor te zingen. Bovendien zal hij om de 3 of 4 weken de kerk uitreinigen met de beesem.

  4. In de wintertijd zal zijn vrouw het vuur in de school verzorgen.

  5. Hij zal nooit het dorp mogen verlaten of overnachten zonder toestemming van de schout en de burgemeesters. In 1666 werd Johannes Noordamus benoemd. Zijn salaris bedroeg toen 170 gulden per jaar, met vrij wonen en het schoolgeld van de kinderen. De kinderen, die lezen en schrijven leren betalen 3 stuivers per maand. Zij die alleen lezen leren 2 stuivers. De kinderen van de ,,inlantse huisarmen" behoeven geen schoolgeld te betalen. Na 25 jaar de jeugd te hebben onderwezen en lange tijd de doden in en rond de kerk begraven te hebben, stierf hij in 1722.

,,U donders kinderen"

In 1722 werd Jan van Leeuwen tot schoolmeester benoemd. Nog binnen het jaar vergaderen schout en gerecht naar aanleiding van een klacht door een vader van twee leerlingen ingediend, dat de meester krachtiger middelen dan de plak aanwendde om de tucht onder de jeugd te handhaven. ,,Buyten tijt" waren diens 2 jongens thuisgekomen en de jongste had op zijn voorhoofd een grote bult en zijn arm was heel en al blauw ,,zodat hij deselve op zijn hoofd niet brengen konde", klagende en dat hij door den schoolmeester buiten reden mishandeld was geworden en daarenboven nog bedreigd met dese woorden: ,,U donders kinderen, ik sal u armen en benen nog aan stucken slaan". In de notulen wordt niet vermeld hoe het afgelopen is, maar meester van Leeuwen bleef nog tot 1729. In 1729 werd hij opgevolgd door Willem de Soete. Deze en zijn zoon hebben 80 jaar de Benschopse school gediend. In 1735 beschikte de prinses van de Baronie, op verzoek van enige ingezetenen. dat Benschop een „bijschool“ mocht inrichten voor kinderen beneden de 7 jaar, de eerste Kleuterschool. Willem de Soete is enkele malen door de schout en het gerecht tot de orde geroepen omdat hij zich zonder toestemming buiten het dorp had begeven. In 1737 moest hij zich verantwoorden omdat hij slik- en snoeperijen aan schoolkinderen had verkocht. Tot zijn verdediging voerde hij aan, dat zijn dochtertje dat had gedaan. Enige tijd later moest hij weer voorkomen omdat hij met anderen overdadig had zitten drinken, „soo sterke dranken als andere." De berisping, die hij kreeg ,,werd met stilzwijgen beantwoord". Nog tijdens het bewind van Willem de Soete junior werd een bijzondere Roornse school opgericht in 1796, dus de Franse tijd. Als onderwijzcr werd benoemd Nicolaas Lindeman uit Amsterdam tegen een salaris van 140 gulden, bovendien vrij van huishuur en vergoeding voor gemaakte vcrhuiskosten. Zes jaar later vertrok hij naar Schiedam, waar hij henoemd werd tot hoofd van het R.K. Weeshuis. Zijn vertrek was het voorlopig einde van het bijzonder onderwijs. want een opvolger werd er niet benoemd.

[terug naar hoofdstuk 6] | [lees het volgende hoofdstuk] | [terug naar top] | [terug naar inhoud]

Samenstellers van deze tekst ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van de kerk van de H. Victor zijn: F.T. Pastoors en G.J. Boere.

Bronnen:
Archief van de parochie van de H. Victor. Archief van de Gemeente Benschop. De Lopikerwaard deel 1 door W.F.J. den Uyl. De kerk der hervormde gemeente Benschop door J.G.M. Boon. Sprokkels uit de oude kerspel van Benschop door J.H. Hofman. Geschiedenis van het Katholicisme in de 16e en 17e eeuw door Prof. L.J. Rogier. Archief van de Gereformeerde kerk te Benschop.
Met dank aan degenen die voor fotomateriaal gezorgd hebben en heel in het bijzonder het
S
treekarchivaat Z.W. Utrecht.

F.T. Pastoors en G.J. Boere.