BENSCHOP IN DE LOOP DER EEUWEN

IX.  De Sint Victorparochie

Sinds de Reformatie (1580) had Benschop geen eigen pastoor. De katholieke inwoners van het oostelijke gedeelte van het dorp. tot aan de gemeentebrug, gingen naar IJsselstein ter kerke. Die verder westelijk woonden gingen naar Oudewater, behalve de familie Sleegers (bijgenaamd de Wever) die gingen geregeld naar Cabauw.
Voor 1700 gingen de bewoners van het Benedeneind ongetwijfeld naar Polsbroek, waar toen nog in de onmiddellijke nabijheid een katholieke geestelijke de gemeente bediende. Toen echter de pastoor van Polsbroek als Jansenist bekend werd, gingen daar maar een of twee huishoudens nog ter kerke.
Woning van Schoud, later burgemeester. Op het dorpsplein, in 1968 afgebroken, thans winkelpand.De man die de krachtigste stoot heeft gegeven aan de pogingen der gemeentenaren om een eigen herder te Benschop te bekomen met een eigen kerk, was ongetwijfeld: HANZO LEMSTRA VAN BUMA. Een patriot, van wie men zei, dat hij om zijn politieke geschriften uit Friesland (Dokkum) verbannen was. Hij is de eerste Baljuw van Gouda geweest en werd omstreeks 1802 Schout en later Burgemeester van Benschop.
1 Januari 1809 vergaderden op het gemeentehuis (in de rechtkamer) de meeste katholieken van Benschop, daartoe door de schout H. L. van Buma bijeen geroepen. Zij benoemden een commissie welke stappen zou doen tot het bekomen van een eigen kerk. De genoemde commissie bestond uit de volgende 5 leden: Arie Lexmond, Claas Jansz. Sirre, Teunis v. d. Steegt, Nicolaas de Groot en Frank van Vuuren.
Hiervan werd een schriftelijke akte opgemaakt door de burgemeester welke ondertekend werd door 27 leden, terwijl nog 7 andere personen hun namen als mede instemmenden aan de burgemeester ter opname hebben gegeven. Deze 7 konden waarschijnlijk niet schrijven.

 

Naar aanleiding hiervan kochten Nicolaas de Groot, Claas Jansz. Sirre, Theunis Boere en Ernst Boere op 21 februari 1809 van Willem van Maurik een huis met schuren en stalling staande op circa 80 roeden lands, gelegen even boven de Hervormde kerk, aan de zuidzijde gemerkt no. 29, erfpacht van het domein van IJsselstein, zijnde het voorste gedeelte van 8 morgen lands, competerende hetzelfde domein, waarvan de erfpacht bedraagt 4 gulden en waarvan de overige 8 morgen in gebruik worden gehouden door Jacobus Nieuwersteeg. Deze koop geschiedde voor de som van f 2.500,-.
Nu zonden de gecommiteerden een breedvoerig, gemotiveerd adres aan koning Lodewijk Napoleon, waarin zij namens de katholieken van Benschop, wier getal zij op 434 zielen stelden, vrijheid verzochten om ten hunne kosten zich aan te schaffen een zodanig gebouw als tot het verrichten van hun godsdienst zal dienstig worden geoordeeld alsmede een geschikte woning voor de Leraar enz.
Na inlevering van dit request maakten de gecommiteerden een begin met het verzamelen van geldelijke middelen, door zelf in te tekenen voor een bepaalde som die zij beloofden te storten zodra een gunstige beslissing van de Koning zou zijn binnengekomen.
Op 8 december 1809 berichtte de eerste secretaris van het kabinet van de koning gunstig antwoord op het request, ook de Minister van Eredienst gaf zijn fiat.
Terstond na ontvangst van het gunstige bericht vergaderden de katholieken van Benschop op 17 december 1809 op het Raadhuis, ten getale van vijftig, wier namen in de daarvan opgemaakte notulen worden genoemd.
De leden van de commissie gaven kennis van de gunstige beslissing en op voorstel van Cornelis van Dijk werd hun, namens de katholieken, dank gebracht voor hun ijver en werden hun bemoeienissen goed gekeurd, terwijl verder werd besloten bij meerderheid van stemmen ook de aankoop van het huis en erf, bewoond geweest door Willem van Maurik, goed te keuren en op naam van de nieuw opgerichte gemeente te doen overschrijven.
Een commissie voor de bouw aan welke de meest uitgebreide volmachten werden verleend, werd tegelijk benoemd, bestaande uit: Nicolaas de Groot, Claas Jansz. Sirre, Theunis van de Steegt, Frank van Vuuren en Arie Lexmond.
Op 7 februari 1810 had de aanbesteding van het nieuwe kerkgebouw plaats volgens bestek en condities, waarvan het concept en ook de authentieke stukken in het archief nog aanwezig zijn.
Arie van Noort werd aannemer van het timmerwerk voor f850,—, Gose van Leeuwen van het metselwerk tegen f3,— voor elke 1000 stenen en R. Vergouw van het glaswerk tegen drie en een halve stuiver per ruit. Op 21 juni 1810 nam Jacob Groen te Utrecht het stucadoorswerk aan voor f 350,—.
Op 24 juni 1810 moest volgens het bestek het werk onder de kap zijn. Het bestek was opgemaakt door de architect Arie Meurs te Gouda, die voor onkosten f 45,— rekende.
Op de kerk werd een torentje geplaatst, gelijk blijkt uit het bestek en uit de rekening van Adrianus van Oosterhout te Schoonhoven, die de som van f 33,— rekende wegens geleverd zeildoek om het torentje van de kerk te bekleden.
Ondertussen werden door de commissie verschillende meubelen aangekocht. Schout Buma ging met Arie Lexmond naar DenHaag, waar zij voor f 432,— gekocht hebben uit de kapel van de Portugese gezant. Dit geschiedde op 16 en 17 mei. Per schuit van Hendrik de Haan werd alles vervoerd naar Benschop.
Bij de bouw van de nieuwe kerk moest noodzakelijkerwijze ook het oude huis enige veranderingen en verbeteringen ondergaan. Tenslotte bedroeg het bedrag van alle onkosten van bouwen en herstellen f 11.314,10.
De nieuwe kerk had een lengte van 24 m. en een breedte van 8 m. met 5 ramen aan de oost- en westzijde en 2 aan de zuidzijde waar zich het zangkoor boven de ingang van de kerk bevond. Het altaar stond tegen de noordermuur. In de westmuur stond aan de buitenzijde een hardsteen met het opschrift: ANNO 1810.
Door Zijne Excellentie de Superior Ciamberlani werd een pastoor benoemd, die in oktober 1810 hier aankwam. Deze eerste pastoor was Jacobus de Reuver geboren te Driel (Gld:), priester gewijd in 1799 en sinds 1807 kapelaan te Utrecht.
Op 18 november 1810 heeft hij hier het eerste paar in het huwelijk verbonden. 25 November staat het eerste door hem gedoopte kind aangetekend.
KerktekeningOp 22 december 1810 bracht de commissie, bestaande uit de leden: Nicolaas de Groot, Claas Jansz. Sirre, Teunis van de Steegt, Frank van Vuuren en Arie Lexmond met de geassumeerde leden Theunis Boere en Ernst Boere bij monde van de procureur H. L. van Blima, rapport uit, waaruit blijkt dat kerk en pastorie gereed zijn en de pastoor daarvan reeds 4 weken gebruik maakt.

„Wat een haast, wat een snelheid", zul je denken: 1 Januari 1809 begonnen met de eerste plannen en oktober 1810 de kerk klaar en de eerste pastoor aanwezig!
De oorzaak hiervan is ongetwijfeld de politieke toestand geweest. Voor 1795, tijdens de Republiek der 7 Verenigde Nederlanden hadden de katholieken in Benschop geen kans een eigen kerk te stichten, maar nù tijdens de Franse bezetting, welke tot 1813 duurde, wèl.

Nicolaas de Groot

Boerderij van Nicolaas de Groot, thans overbeek.Mede-oprichter van de Katholieke kerk van 1810, overleed 25 augustus 1817.
Zijn hofstede bestaande uit een huizinge, weiland, hooiland en teelland groot 29 morgen en 300 roeden, gelegen in de gemeente Benschop beneden de Herv. kerk legateerde hij aan de R.K. Kerk van Benschop. In 1818 hebben de kerkmeesters 4 morgen verkocht aan Theunis Boere voor 2000 gulden, de rest, 25 morgen en 300 roeden aan Jan Straver voor 9000 gulden om daarmee een gedeelte van de schuld op de kerk af te lossen.

Jan Straver heeft deze boerderij later verkocht aan de heer Hoogenbosch uit Amsterdam en in 1897 is hij verkocht aan Bastiaan Overbeek uit Lopik. Thans is deze boerderij bewoond door Floor Overbeek en zijn beide dochters. In 1818 was de prijs voor landbouwgrond zo'n 400 gulden per ha. Nu ongeveer 40.000 gulden. Hieruit blijkt dat toen een cent evenveel koopkracht had als nu een gulden.

[terug naar hoofdstuk 8] | [lees het volgende hoofdstuk] | [terug naar top] | [terug naar inhoud]

Samenstellers van deze tekst ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van de kerk van de H. Victor zijn: F.T. Pastoors en G.J. Boere.

Bronnen:
Archief van de parochie van de H. Victor. Archief van de Gemeente Benschop. De Lopikerwaard deel 1 door W.F.J. den Uyl. De kerk der hervormde gemeente Benschop door J.G.M. Boon. Sprokkels uit de oude kerspel van Benschop door J.H. Hofman. Geschiedenis van het Katholicisme in de 16e en 17e eeuw door Prof. L.J. Rogier. Archief van de Gereformeerde kerk te Benschop.
Met dank aan degenen die voor fotomateriaal gezorgd hebben en heel in het bijzonder het
S
treekarchivaat Z.W. Utrecht.

F.T. Pastoors en G.J. Boere.