|
X. Bedienaren der Sint Victorparochie van
1810 tot heden
1810-1815 Jaco bus de Reuver
Geboren te Driel in de Boven Betuwe, priester gewijd in 1799. Sinds 1807 kapelaan te Utrecht. In 1810 werd hij benoemd tot pastoor te Benschop. Hij is maar 5 jaar hier pastoor geweest. Hij kon de toenmalige scherpe tegenstellingen tussen Hervormd en Katholiek psychisch niet aan. Van 1815 tot 1852 is hij pastoor te Hilversum geweest.
1815-1843 Wilhelmus Smiets
Een uit het klooster verdreven Franciscaner monnik onder Napoleon 1. Tot 1810 was hij kapelaan te Hilversum, daarna werd hij pastoor te
Kortenhoef. Hij was een zeer bemiddeld man.
In 1821 werden de Domeingoederen getaxeerd om publiek verkocht te worden. Hieronder viel ook het terrein achter de kerk. Pastoor Smiets wendde zich bij request tot
Z.M. de Koning met het verzoek om de 8 morgen land onderhands ten behoeve van de R.K. Gemeente te mogen kopen. Hierop werd goedgunstig beschikt en afgestaan voor de som van f3030,50. Het land werd eerst verhuurd aan Willem den Houdijker voor f200,— per jaar, het huis met boomgaard en akker voor
flOO,— aan Jacobus van der Wal en een tuin aan Peter Verburg.
Bij zijn dood liet hij een grote som gelds na voor de kerk te Benschop, waarvoor het kerkbestuur zich verplichtte ten eeuwige dagen een gezongen jaargetijde en iedere maand een geiezen H. Mis op te dragen. Deze fundaties, zoals ze genoemd werden, zijn 25 jaar geleden door het Bisdom afgeschaft.
In 1843 nam hij ontslag wegens zwakheid van zijn ogen. Hij bleef tot zijn dood bij zijn opvolger in de pastorie inwonen. Hij werd op zijn uitdrukkelijk verlangen op het kerkhof begraven tussen de kleine kinderen.
1843-1873 Wouterus Beukeboom
Geboren te Zandvoort, in 1830 priester gewijd. Hij was achtereenvolgens kapelaan te
Cabauw, Wijk bij Duurstede, Utrecht en Amersfoort. De parochie telde toen 349 communicanten. In 1853 werd de Bisschoppelijke Hierarchie in Nederland hersteld. Voordien was de Nederlandse Kerkprovincie missiegebied, rechtstreeks bestuurd uit Rome. Men sprak voor die tijd niet van parochies maar van Staties. De 4e april 1855 veranderde de voormalige
,,Statie van Benschop" in parochie.
In 1872 werd pastoor Beukeboom ziek en bedlegerig. Hij overleed in 1873 in de ouderdom van 76 jaar.
1873-1882 Christophonis van der Grindt Geboren te Utrecht. Priester gewijd in 1844. Hij was eerst kapelaan te Bunnik en Amersfoort, daarna pastoor te
Naarden. In 1862 werd hij pastoor van Jutphaas. 0m gezondheidsredenen werd hij pastoor te Benschop, daar hij vond dat de parochie Jutphaas te zwaar voor hem was, in verband met de bouw van een nieuwe kerk. In 1882 vraagt hij ontslag en vertrekt naar
Jutphaas, waar hij nog 10 jaar leeft.

1882-1916 Adrianus Ant. Johannes van Rossum
Geboren te Utrecht, uit de familie van Van Rossums boekhandel. Zijn moeder was een Putman uit
Oudewater. Priester gewijd in 1866. Voor zijn pastoorstijd was hij kapelaan te Harmelen en Amersfoort. Hij werd benoemd tot deken van het dekenaat Montfoort en tevens kannunik van het Metropolitaans kapittel te Utrecht.
In mei 1886 preekte hij 's zondags over het bouwen van een nieuwe kerk. Daarna begon hij zijn huisbezoek met de vraag wat ze dachten bij te dragen voor een nieuwe kerk. Over het algemeen vond hij een goed onthaal. Wel trof hij er niet weinigen, die volgens hun bekend vermogen, een veel te geringe som toezegden, maar hij koesterde de hoop, dat zich dat later wel zou herstellen.
De gehele uitslag van de inzameling bedroeg f3.500,— en de toezegging van f 15.000,— te storten binnen de tijd van 2 a 3 maanden. Een kanttekening van Deken van Rossum luidt als volgt: „Boven hen alien staan bij
O.L.H. zeker nog vele namen van arme lui, die een gulden of minder gaven van hun armoede, maar met een bereidvaardigheid en een opoffering die de geringe gift verdienstelijker maakt dan de grotere sommen van de
vermogenden." Na enige tijd bezocht hij zijn voorganger, de rustend pastoor te Jutphaas van der Griendt en sprak over de bouw van de nieuwe kerk en gaf hem de keus mi of later wat bij te dragen. Pastoor van der Griendt gaf terstond f 2500,— en beloofde, als hij nog zou leven wanneer de kerk klaar was, het eerste geschilderde raam in het priesterkoor te schenken.
Ook bracht deken van Rossum een bezoek aan zijn beide ongetrouwde tantes, de gezusters Putman in
Oudewater, en zei: „lk heb niks aan jullie geld na je dood, ik heb het nu nodig." en hij kwam terug uit Oudewater met een mooie som geld.
Reeds jaren was hier last gevoeld van het pad, dat van de boerderij dwars over het terrein van de kerk en pastorie liep. 's Zaterdags en 's zondags werd het veel gebruikt door late
cafebezoekers, die naar Lopik. Capel, Jaarsveld en de Graaf terugkeerden.
Pastoor van der Griendt had reeds naar een middel gezocht om hierin te voorzien, maar tevergeefs. Hij gaf de deken de raad een poging aan te wenden bij de buurman aan de oostzijde. Floor
Verwey, kerkvoogd van de Hervormde Gemeente, die met zijn land aan de eigendom van de kerk grenst, ten einde te beproeven een strook land van hem te kopen en het bedoelde pad daarheen te verleggen.
De metselaar Aart Voormolen werd door de deken op verkenning uitgezonden, hij kwam terug met de mededeling dat Verwey zoveel wilde verkopen als wij wensten en dat hij altijd voor de pastoor te spreken was.
De deken ging en vond hem bereid te onderhandelen. De prijs wist hij nog niet. Eerst moest het terrein maar eens afgebakend worden en dan
zou hij er met zijn vrouw over spreken, daar het van haar familie afkomstig was. De kerkmeesters gingen het zo afbakenen, dat het pad breed genoeg zou zijn voor een wagenspoor.
De penningmeester, Pieter van Breukelen, ging de koop toeslaan voor f 4500,—. Bij notaris Immink te IJsselstein werd in 1886 de koop beschreven voor f 2500,— en de overige f 2000,— werden buiten de akte om ter hand gesteld.
,,Je ziet dat ze toen ook al niet vies waren van zwart geld". Plannen voor de bouw van de nieuwe kerk en de noodkerk werden door het gemeentebestuur goedgekeurd. Het kerkbestuur ontving van de gemeente het volgende schrijven: Het Gemeentebestuur van Benschop, gezien het adres van het R.K. Parochiaal Kerkbestuur van de H. Victor te Benschop: overwegende dat uit de overgelegde schetstekening is gebleken, dat de te bouwen kerk minstens honderd en achttien meters van het kerkgebouw der
Nederl. Hervormde Gemeente alhier verwijderd blijft en het daarom aan geen redelijke twijfel onderhevig is, dat, evenmin als de bestaande kerk, het houden van godsdienstoefeningen in het ie stichten gebouw, dat een kleine wijziging in de richting ondergaat, stoornis kan teweeg brengen in het houden van godsdienstoefeningen bij het Hervormd Kerkgenootschap.
Gelet op art. 7 der wet van 10 September 1853 (Staatsbiad no. 101), regelende het toezicht op de onderscheidene Kerkgenootschappen, besluit: Het R.K. Parochiaal Kerkbestuur van de H. Victor te Benschop, de bij opgemeld adres gevraagde vergunning bij deze te verlenen. Afschrift dezer beschikking te zenden aan de adressant.
Benschop, de 4e November 1886,
Het Gemeentebestuur
get. Buma. Burgemeester
get. G. Lekkerkerker Cz. L.S.
29 maart 1887 vindt de aanbesteding plaats en 27juni de eerste steenlegging.
Deken van Rossum is ook de bouwer van de pastorie, welke hij geheel uit zijn
privé-middelen financierde.
In 1907 vierde hij zijn 25-jarig pastoorsfeest. Dit was een groot feest voor de hele dorpsgemeenschap. Hem werd die dag een cadeau aangeboden door Burgemeester en Wethouders, de Raadsleden, de vorige geneesheer E. Bax en de toenmalige H. Honing. Het waren 3 koperen kronen voor kaarsen in de zaal van de pastorie. 's Morgens hebben de deken en zijn kapelaan de 3 Benschopse scholen bezocht. Dat waren de 2 Openbare scholen en de School met den Bijbel. Voor de deur van de Openbare school stonden drie jongens opgesteld, ieder met een vlag om de deken op te halen, en wel een Roomse, een Protestantse en een Jodenjochie (Herman de Man).
In 1910 kwam hij met plannen voor de bouw van een Parochiehuis, maar deze werden weldra gewijzigd in plannen om te komen tot het bouwen van een bijzondere R.K. Parochieschool. In 1912 werden deze plannen verwezenlijkt. Het was toen nog tien jaar voor de gelijkstelling van onderwijs. De bouw moest met eigen middelen gefinancierd worden. In 1916 is hij plotseling gestorven. Uit zijn foto kun je wel opmaken dat hij een krachtpatser en doorzetter was.
1916-1933 Hermanns van Meegeren
Geboren te Zwolle 13 mei 1859. Kapelaan te Amersfoort, Rector te Zevenaar, pastoor te Oldebroek en in januari 1916 pastoor in Benschop. Tijdens zijn pastoraat is het uurwerk op de kerktoren gekomen. In 1931 vierde hij zijn gouden Priesterfeest. Toen ging zijn ideaal in vervulling: de binnenschildering van de kerk. 27 December 1933 is hij gestorven. Hij was een vroom priester, zeer bemind en vriend der kinderen. De Benschopse jongens verkregen door zijn medewerking hun eerste stukje voetbalveld naast de onderwijzerswoning bij de Sint Victorschool op het land van Floor
Overbeek.
1934-1949 Theodorus Josephus Benschop
Zijn grootvader woonde oorspronkelijk in Benschop, maar is later verhuisd naar de Achtersloot in IJsselstein. Hij werd priester gewijd in 1899. Hij was achtereenvolgens kapelaan te Bunnik en pastoor te Nede en
Everdingen. In 1934 werd hij pastoor te Benschop. Dat was in de crisisjaren. Hij moest veel bezuinigingen doorvoeren daar zijn voorganger altijd de rol van weldoener gespeeld had.
In 1939 vierde hij zijn 40-jarig priesterfeest. Als feestgeschenk kreeg hij
fl 1200,-.
7 Maart 1949 stierf hij onverwachts in de kerk, net voor zijn gouden feest.
1949-1954 Christianus C. J. Bachg
Geboren te Groningen in 1900 uit een artistieke familie. Zijn vader was kunstschilder op kerkelijk gebied.
In 1924 werd hij priester gewijd. Achtereenvolgens was hij kapelaan te
Zevenaar, Amersfoort en Utrecht. Hij was een zeer begaafd priester, een man met een scherp verstand. Zijn lust en leven was de zang en muziek. Veel heeft hij hier gedaan voor het zangkoor. Hij was de oprichter van het eerste dameskoor, tevens gaf hij zanglessen op de school.
Op 7 mei 1954 werd hij benoemd tot pastoor te Bussloo in Gelderland. Hij geniet nu nog van zijn emeritaat in Amersfoort.
1954-1972 Cornelis Joseph Antomus Cosijnse
Geboren te Baarn in 1900. In 1925 werd hij priester gewijd. Hij werd kapelaan in Ede, Haaksbergen en Doesburg. Tijdens de mobilisatie van '39-'40 was hij aalmoezenier in het leger. In 1944 werd hij pastoor in
Rhenoy.
In 1965 vierde hij zijn 40-jarig priesterfeest. In een open landauer werd hij, voorafgegaan door de muziek en verschillende parochiele verenigingen, naar de feestelijk versierde kerk gereden. De volgende dag was de plechtige Hoogmis, weike opgedragen werd door zijn neef Franciscus
Cosijnse, pastoor te Wijhe bij Deventer. Hierna volgde een receptie in de tuin van de pastorie, waarbij hem een geschenk onder couvert werd aangeboden, inhoudende 2000 gulden. Het feest werd besloten met een prachtig vuurwerk op de nog braakliggende bouwterreinen van de ,,nieuwbouw".
Ondanks zijn hoge leeftijd voerde hij toch al verschillende vernieuwingen door.
Hij ging met emeritaat in 1972 en overleed te Ootmarsum in 1984.
1972-1982 Hubertus van Beurden
Hij is geboren in Vlijmen (N.Br.) in 1927. Hij werd priester gewijd in 1955, nadat hij ingetreden was tot de kloosterorde van de Norbertijnen. Achtereenvolgens was hij kapelaan te Achterveld, Nijverdal en Utrecht. In 1972 werd hij benoemd tot pastoor te Benschop. In 1980 vierde hij zijn 25-jarig priesterfeest. Hij was de priester en pastoor die werkte in de geest van paus Johannes XXIII en Mgr. Beckers van 's-Hertogenbosch, die de Kerk een meer menselijk gezicht gaven.
In 1982 werd hij door zijn kloosteroversten aangezocht als pastoor in 'sHertogenbosch. Hij deed zijn gelofte van gehoorzaamheid gestand, doch met pijn in het hart nam hij afscheid van zijn geliefde Benschop. Ook de parochianen zagen hem node vertrekken, want door zijn optimisme en Brabantse humor had hij een plaats in hun harten veroverd. Lang heeft hij niet in zijn nieuwe parochie kunnen werken want op Goede Vrijdag van 1983 hoorde hij van zijn specialist dat hij aan een ongeneeslijke vorm van kanker leed. Op I maart 1984 stierf hij en begeleid door vele tientallen Benschoppers werd hij op het Kloosterkerkhof van de Abdij van Berne te Heeswijk begraven.
1982-heden Florenthis W. van Kats
Priester gewijd in 1951. Hij is kapelaan geweest in Vaassen, Almelo, Amersfoort en Arnhem.
Vanaf december 1969 tot mei 1982 was hij pastoor in 't Goy bij Houten, waar hij in 1976 zijn 25-jarig priesterfeest vierde.
In mei 1982 werd hij benoemd tot pastoor van Benschop. Wij hopen allen, dat pastoor van Kats nog vele jaren tot eigen en onze tevredenheid zijn taak als priester en pastoor in deze parochie mag vervullen.
Als ik deze lijst van 175 jaar pastores afsluit bekruipt mij het angstige voorgevoel: „Zal dit de laatste pastoor van Benschop zijn?"
[terug naar hoofdstuk 9] |
[lees het volgende hoofdstuk] | [terug
naar top] | [terug naar inhoud]
Samenstellers van deze tekst ter gelegenheid
van het 175-jarig bestaan van de kerk van de H. Victor zijn:
F.T. Pastoors en
G.J. Boere.
Bronnen:
Archief van de parochie van de H. Victor.
Archief van de Gemeente
Benschop. De Lopikerwaard deel 1
door W.F.J. den Uyl.
De kerk der hervormde
gemeente Benschop door J.G.M. Boon.
Sprokkels uit de oude
kerspel van Benschop door J.H. Hofman.
Geschiedenis van het
Katholicisme in de 16e en 17e eeuw door Prof. L.J. Rogier.
Archief van de
Gereformeerde kerk te Benschop.
Met dank aan degenen die voor fotomateriaal gezorgd hebben
en heel in het bijzonder het Streekarchivaat
Z.W. Utrecht.
F.T. Pastoors en
G.J. Boere.
|