BENSCHOP IN DE LOOP DER EEUWEN

XIII. De bouw van de huidige kerk

In 1886 werd onder leiding van architekt Tepe aan de westzijde van de oude kerk, ongeveer op de plaats waar de toren van de nieuwe kerk moest komen, 12 meter diep geboord, en aan de oostzijde, ongeveer op de plaats van het hoofdaltaar, 14 meter diep.
De onkosten berekende hij tegen zes gulden per meter en waren
f 156,-. Het resultaat werd door de beide opzichters Ebbers en Jac. van Kesteren, die een van beiden steeds aanwezig waren, gekeurd, waarbij werd bevonden, dat de lengte der heipalen ongeveer 12 meter zou dienen te bedragen.
Half oktober begonnen de werkzaamheden op het aangekochte land, naast de tuin van de pastorie.
De dam aan het zuidelijk eind, is gelegd door Andr. Jansen en W. van Loon. Het hek is gemaakt door J. B. Terberg. De timmerman G. van Rijn zorgde voor het werk onder de grond en voor de dwarsliggers.
Ook begon men de bomen en struiken op te ruimen en te verpoten. Een paar spit grond van de oude moestuin, dat is daar, waar thans de toren staat, tot aan de sloot, die nu gedempt is, en liep van het boenhok der erven Schalij tot aan de enig overgebleven populier, het oosten in, vandaar in noordelijke richting, werd weg gekruid tot aan de openbare weg, naar de .plaats naast het kerkhof aan de oostkant waar de nieuwe moestuin moest komen.
De Kornoelje-haag is toen doorgetrokken tot aan de noord-west hoek van het kerkhof.
Toen de heer Tepe zijn tekeningen en het bestek gereed had, zijn zij op 21 februari 1887 bij de Aartsbisschop geweest, om hem de tekeningen voor te leggen. Nu was de begroting f54.500,-. De Aartsbisschop keurde alles goed, maar verlangde een schriftelijke aanvraag, die het kerkbestuur dan ook heeft ingediend, en waarop een schriftelijke goedkeuring van het Bisdom is gevolgd op 26 februari 1887, nr. 79. Toen het bestek was gedrukt en de tekeningen verkrijgbaar waren, werden advertenties geplaatst in het Advertentieblad van 's-Gravenhage, in De Tijd en het blad Het Centrum, voor het eerst op 13 maart. Daarbij werd aangekondigd, dat de tekeningen en bestek ter inzage zouden liggen in De Rode Leeuw te Benschop van de heer Lieverse. De aanbesteding zou op 29 maart geschieden om 13.00 uur in herberg De Zwaan, bij Uijttewaal, nadat van te voren om 10.00 uur de aanwijzing in loco was geschied.

Er waren 17 inschrijvers:

Jac. Slenters - Haarlem . . . . . . . . . . . . . . . .
Will. Westerhop - Weesp . . . . . . . . . . . . . . .
Franc. Joseph - Utrecht . . . . . . . . . . . . . . . .
Joann. de Vos - Utrecht . . . . . . . . . . . . . . . .
Herm. Boekraad - Benschop . . . . . . . . . . . . .
Joann. de Groot - IJsselstein . . . . . . . . . . . . .
Joann. Bouman - IJsselstein . . . . . . . . . . . . .
Adr. van Domden - Nijmegen . . . . . . . . . . . . .
Corn. van Schuin - Utrecht . . . . . . . . . . . . . .
Chr. Desling - Gouda . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Thom. Nieuwboer - Abcoude . . . . . . . . . . . . .
Willem Okker - Zevenaar . . . . . . . . . . . . . . .
Nic. Perquin - Berkel . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Thomas Bekhuis - Lecuwarden
Douwe Damstra - Leeuwarden . . . . . . . . . . . .
Leon Struyker - Groningen
Joann. de Bonk - Utrecht . . . . . . . . . . . . . . .
Lamb. de Boerts - Dreumel
Adr. Peters - Zenderen . . . . . . . . . . . . . . . . .
Joh. Rodenrijs - Den Haag . . . . . . . . . . . . . . 
f 56.500,00
f 65.244,00
f 59.790,00
f 60.800,00
f 59.890,00
f 69.875,66
f 56.500,00
f 56.500,00
f 61.000,00
f 56.256,00
f 60.000,00
f 59.800,00
f 65.285,00

f 61.687,14

f 60.240,00

f 62.000,00
f 55.750,00

Laatstgenoemde van de inschrijvers, die om een vertraging in zijn reis zelfs bij de aanwijzing nog niet tegenwoordig was, en zich later op de hoogte der veranderingen enz. had laten brengen en wiens naam nu het laatst werd voorgelezen, was de laagste inschrijver.
Het bestuur belegde een afzonderlijke vergadering op de Rechtkamer, en daar de opgegeven som van de laagste inschrijver niet zoveel boven de begroting ging, omdat daaronder de kelder en de regenbak niet berekend waren, werd de heer Rodenrijs, tegen wiens borgen: Willem Westerhof, aannemer te Weesp en Pieter Vlasman, aannemer te Utrecht, geen bezwaren bestonden, het werk voorlopig gegund.
Hij werd op de rechtkamer ontboden en van het besluit in kennis gesteld, dat aan de goedkeuring van de Aartsbisschop zou worden onderworpen. Deze werd nog diezelfde dag verzocht en 31 maart 1887 ontvangen bij schrijven van Z.D.H. niet gedateerd, maar getekend met het volgnummer 177.
De heer Rodenrijs kreeg hiervan terstond per brief de tijding en hij heeft op 2april het bestek en de tekeningen met zijn borgen te Utrecht erkend getekend.
De 5e april kwam hij hier en werd eerst hout aangevoerd en met het oprichten van loodsen en keten een begin gemaakt. De opzichter Ebbers kwam op 6 april.

Toen men de noodkerk begon te bouwen, maakten enige mensen mij (pastoor) opmerkzaam op een verbod van het Provinciaal Bestuur om vlak aan de openbare weg een gebouw te zetten. Een provinciale wet verbiedt te bouwen binnen 5 meter uit het midden van de weg.
De burgemeester had echter deze noodkerk als tijdelijk beschouwd, als niet vallende onder deze wet, temeer, omdat juist waar de voorgevel der te bouwen schuur komt, reeds een ijzeren hek stond en bleef staan.
Een andere moeilijkheid was de afstand tussen het kerkhof en de aanstaande nieuwe kerk. Bij opmeting bleek echter, dat de ingang der nieuwe kerk juist 50 meter van het kerkhof verwijderd zou zijn.
De burgemeester heeft terstond nadere informaties genomen o.a. bij de Inspecteur der provinciale wegen en op diens raad heeft de Deken een gezegelde verklaring namens het kerkbestuur ondertekend, waarbij we ons verbonden de noodkerk, die slechts tijdelijk is, binnen twee jaar weg te ruimen. Dit geschiedde op 19 april.
Op 22 april 1887 is hier een heimachine gebracht van Nederhorst te Gouda waarbij als chef optrad de heer Boere uit Gouderak.
Maandag 25 april zijn in tegenwoordigheid van de heren Rodenrijs, van Kesteren en Ebbers de drie eerste palen ingeheid. Er werd besloten de lengte der palen onder de toren en de kolommen te bepalen op I 1 meter, onder de muren op 10 meter en midden in de kerk onder de bogen der kluisen en onder de kelder 90 palen van 9 meter.
Dinsdag 26 april is de laatste H. Mis gehouden in de oude kerk en werd de noodkerk ingewijd.
Toen begon men verder de oude kerk te slopen, die er sinds 1810 had gestaan. De steen met het jaartal ligt thans op de grond aan de zuidzijde van de toren naast de biechtstoel. Het kruis dat op de kerk stond, staat thans achter op de pastorie. Enige hardstenen drempels zijn weer gebruikt aan het hek, waardoor men het terrein van de kerk binnengaat. Een marmeren wijwaterbak doet thans dienst in de sacristie.
Na de dienst werden de plaatsen in de noodkerk verkocht voor zolang hij in gebruik bleef, met de bepaling dat voor 1 november de koopsom voldaan moest zijn.
De laan naast de huizen van Knoers en v. d. Heuvel, zijn met essen bomen beplant, afgewisseld met kleine struikjes. De laan werd opgewerkt met koolas die A. van Iperen aan de steenoven van de Keyzer gekocht had. Met transport kostte dat f 14,-.
Zaterdag 18 juni 1887 werd dc laatste heipaal geslagen, versierd en groen gemaakt, waarbij de werklieden met elkaar f 7,50 te verdelen kregen.
Dinsdag 21 juni zijn de heiers vertrokken en is met het metselen begonnen. De onderbaas van de heer Rodenrijs, J. B. Leemreis uit

Steenderen, die alles voor zijn heer bestuurde en regelde, genoot diens gehele vertrouwen en verdiende dat ook ten volle, hij werd door het werkvolk ontzien en geacht, streed voor zijn vak zonder drift en zonder aanzien van personen.
Zondag 3 juli werd in beide H. Missen aangekondigd, dat de eerste steen door Deken van Rossum, krachtens verleende volmacht, zou worden gelegd en gezegend in het bijzijn en onder medewerking van het kerkbestuur, en dat daarna ieder, mannen, vrouwen, kinderen, dienstboden, en ieder die dat wilde, een steen kon leggen waarbij men dan wel aangespoord werd gelijktijdig een offer voor de bouw van de kerk te brengen. De Deken zou met open schaal gereed staan om de offers in ontvangst te nemen.
"De parochie moet tonen dat zij de eer van een eerste steen te mogen leggen op prijs stelt en niet karig bijdragen door alleen maar een stukje koper of zilver te geven" (aldus de woorden van de Deken).
Vrijdag 8 juli geschiedde de plechtigheid. Daarbij assisteerden de Eerw. Heren G. Batenburg, kapelaan te IJsselstein, Pater Hermans O.F.M., kapelaan te Oudewater, Hoogeerwaarde Kanunnik J. W. van Leuffen, Deken van het Dekenaat Montfoort, de Pastoor en Kapelaan van I.Tsselstein, alsmede oud-Pastoor Chr. v. d. Grindt, rustend in Jutphaas. De Edelachtbare heer J. van Buma, de Burgemeester, was ook op het terrein aanwezig, dat met groen en vlaggen was versierd.
De eerste steenlegging geschiedde volgens het Rituale Romanum; wat gezongen werd volgens de noten van het Pontificale.
Het serafien-orgeltje stond op het terrein, dicht bij de plaats waar het altaar zou komen. Dit werd door een kruis aangegeven en dat is blijven staan tot het altaar opgemetseld was.
De cerste steen is gelegd aan de binnenzijde van de kerkmuur, aan de Evangelie-kant, op de hoek van het presbyterium en het transept, juist boven het trasraam. Daarin is een perkament gesloten. Dit is ondertekend door de Pastoor en door P. van Breukelen als secretaris van het kerkbestuur, door de aanwezige geestelijken en door de aannemer en opzichter. Voor de plaatsing is het stuk, in het Latijn en in het Hollands vertaald, voorgelezen.
Het aantal aanwezige gemeentenaren was niet zeer groot; de collecte, door de Deken gehouden bracht f 319,- op, waarbij de wed. Benschop geb. Rijkelikhuizen die om gezondheidsredenen niet aanwezig kon zijn nog f 100,- heeft bijgevoegd. Ook de nichten van de Deken, Aletta en Stefanie Putman uit Oudewater, hebben na de kerkmeesters een steen gelegd.
Op 14 september is het gebinte van de kap geplaatst. Tot teken daarvan werd de vlag gehesen. Gedurende drie morgens heeft de Deken om twaalf uur alle werklieden voor zijn rekening een borrel laten schenken bij café Uijttewaal.

Op 3 oktober was het metselwerk van de toren op zijn hoogte.
6 Oktober zijn de kerkbanken aanbesteed, nadat een modelbank acht dagen tevoren bij Dirk Lieverse te bezichtigen was geweest. Er waren 17 inschrijvers, wiens namen met prijs en opgave door de heer Ebbers in volgorde werden voorgelezen.

E. Blok AZ. - Vlaardingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
  J. A. Dumolin - Vianen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
  H. S. Straker - Arnhem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
  H. J. Jonkergouw - Utrecht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
  A. van Heteren - Harmelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
  J. Rodenrijs - aann. kerk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
  Ant. Poot - IJsselstein . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 
  D. Lieverse - Benschop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
  H. Berkhof - Oudewater . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
  J. Rentinck - Abcoude . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
  Chr. Dessing - Gouda . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
  Th. Hakkeling - Nieuwkoop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
  T. van Santen - Vlaardingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
  G. H. de Meij/Th. v. Hulst - Maarssen . . . . . . . . . . . . .
  Mart Hartman - Benschop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
  R. L. Rijna - Amsterdam . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
  J. Bouman - IJsselstein . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
f 2980,00
f 1992,00
f 13 l3,13
f 4350,00
f 2200,00
f 2059,00
f 2090,00
f 1890,00
f 2790,00
f 2589,00
f 1888,00
f 2893,00
f 2689,00
f 2076,00
f 2244,00
f 2900,00
f 1856,00

De uitslag zo luidde de conditie, zal aan hem, wien het wordt gegund, worden bekend gemaakt, zodra het kerkbestuur, dat zondag 9 oktober vergadert, een beslissing zal hebben genomen. Deze vergadering echter leverde geen resultaat op. Toen werd de volgende dag met de opzichter een nieuwe vergadering belegd, en daarin besloten naar de soliditeit van de laagste inschrijver te informeren, als dit gunstig uitviel, deze het werk te gunnen. De Deken heeft getelegrafeerd naar de heer Holtus te Arnhem en het antwoord luidde: "Straker is solied, zijn twee borgen zijn zeer solied". En dus werd hem het werk gegund.
De 24e oktober zijn de voegers en leidekkers hun werk begonnen. Op 2 november is het kruis, wegende 192 kilo, op de toren geplaatst.
12 December was de toren afgedekt en is de haan erop gekomen. Dit was het werk van de heer Peters uit Uithoorn die ook de leien heeft geleverd en doen leggen voor rekening van de aannemer.
De steenhouwer L. te Riele uit Deventer, heeft de drie altaren geplaatst, die tezamen f 1200,- kosten. De heer Rubenkamp uit Wehl heeft de gehele kerk beschilderd met waterverf in de natte kalk, evenals de kruisbalk. De kosten bedroegen f 975,-.
De zes ramen boven het middenschip samen 42 m2 werden voorzien van kunstglas uit het atelier van de heer Geuer, die tesamen f 196,- kosten. De vloer door de gehele kerk gelegd door de metselaars van de kerk was van de Fa. J. J. Sand en kostte f 793,-. De vloer van het

priesterkoor en de doopkapel werd geleverd naar een tekening van Mengelberg, door de mozaïekfabriek van Villeroy en Boch uit Duitsland en kostte f 318,51 waarbij nog kwam f 78,88, hierbij inbegrepen f 25,- voor plan en tekening van Mengelberg.
In juni 1888 werd de bliksemafleider op de toren geplaatst door de heer Peters uit Uithoorn die daarvoor rekende f 143,- waarvan een gedeelte door de kerkelijke assurantie vergoed werd.
Toen alles gereed was ging de Deken de Aartsbisschop verzoeken de nieuwe kerk te willen consacreren, Z.D.H. bepaalde de datum op 1 augustus 1888.
De Deken had langs de muren een dikke laag grof grind aan laten brengen en dit laten omlijsten door een rand graszoden die hij gratis van de naaste boeren had gekregen.
Door het langdurige slechte weer (over de mooie zomers van vroeger gesproken!) moesten overal planken worden gelegd om over te lopen. Tegenover de deur van de kerk was een versierd tentje neergezet ter beschutting van de regen.
's Morgens om zeven uur begon de plechtigheid. Als de Geestelijkheid die de reliquien droegen, naar binnen waren gegaan, mochten ook de parochianen naar binnen. Zij konden tegen een kleine vergoeding stoelen halen in de oude sacristie.
Bij de eerste pilaren stonden stoelen voor de genodigden. Burgemeester en Wethouders, de architect, de aannemer en vele anderen.
De heer Ebbers was behulpzaam bij het bereiden van de kalk van het Sepulcrum Altaris, waarin Mgr Schaepman de reliquien insloot van Sint Victor, die reeds in 1845 ontvangen waren van de kerk uit Xanten (Duitsland). Eveneens een reliqui van de H. Adrianus, de patroonheilige van de Deken.
Na de plechtigheid was er een diner waar vele hooggeplaatste Geestelijken, kerk- en arm-bestuur, en de pastoors uit de omgeving aanzaten.
Enige tijd later zijn de banken aangekomen en zijn ze in het laatst van augustus in de kerk geplaatst. Gelijktijdig zijn er in de nieuwe sacristie, een kleedtafel en kasten gemaakt van het hout van de banken uit de oude kerk, de kosten daarvan waren f 250,-.
De houten noodkerk was eigendom van de aannemer en die heeft hem verkocht aan de heer Keyzer te IJsselstein.
Fa. Mengelberg uit Utrecht leverde een nieuwe ijzeren tabernakelkast voor f 290,-. Deze kast bevindt zich nu in de sacristie. Nu de kast er was werd op zaterdag 25 augustus met een plechtig Lof en een processie het H. Sacrament overgebracht naar de nieuwe kerk.
Zondag feest van kerkwijding werd de eerste H. Mis in de kerk gelezen. De gezongen Hoogmis werd opgedragen door de Deken met assistentie van de eerste priester die in Benschop geboren en gedoopt was, de Eerwaarde heer Th.J. Kortland.
Vrijdag 31 augustus werden de plaatsen in de kerk verkocht. Hiermee is de bouw en ingebruikneming van de kerk beschreven. Hieronder volgen nog enkele data van grote stukken die later in de kerk als aanvulling van het interieur zijn gekocht of gekregen:

25-0 4-1895
25-0 9-1895
30-10-1895

01-0 2-1897
Kwam het St. Victor altaar.
Werd het St. Antonius beeld gegeven.
Werd het grote gebrandschilderde raam boven de ingang van de kerk geplaatst.
Het Maria-altaar. Een zuster van pastoor v.d. Grindt gaf f 1500,- maar alleen dan wanneer het een altaar zou worden voor Maria alleen, zo niet dan ging het geld naar de Zusters van Megen. De Deken was het daar niet mee eens en ging met haar praten en wist haar te overreden dat het altaar aan de H. Familie werd toegewijd.

1924 . . . . 
1931 . . . . 

Kwam er een nieuwe biechtstoel bij. 1930 Een nieuwe tabernakel-brandkast.
Tenslotte werd de hele kerk geschilderd door G. Jansen en kwam de Kruisweg, geschilderd door de kunstschilder W. Geraerds, klaar.

terug naar hoofdstuk 12] | [lees het volgende hoofdstuk] | [terug naar top] | [terug naar inhoud]

Samenstellers van deze tekst ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van de kerk van de H. Victor zijn: F.T. Pastoors en G.J. Boere.

Bronnen:
Archief van de parochie van de H. Victor. Archief van de Gemeente Benschop. De Lopikerwaard deel 1 door W.F.J. den Uyl. De kerk der hervormde gemeente Benschop door J.G.M. Boon. Sprokkels uit de oude kerspel van Benschop door J.H. Hofman. Geschiedenis van het Katholicisme in de 16e en 17e eeuw door Prof. L.J. Rogier. Archief van de Gereformeerde kerk te Benschop.
Met dank aan degenen die voor fotomateriaal gezorgd hebben en heel in het bijzonder het
S
treekarchivaat Z.W. Utrecht.

F.T. Pastoors en G.J. Boere.