|
XVI. Deken van Rossurn en de ooievaar
1893 Op 16 juni bezocht de Commissaris der Koningin, Z. Exc.
Schimmelpennink van de Ooye tot den Pol en Nijenbeek, Benschop.
De Deken ging gekleed in toog met sjerp op audiëntie. Van Rossum nodigde de
autoriteiten uit om de nieuwe katholieke kerk te komen bezichtigen. Ze namen
de uitnodiging aan en de Deken heeft dienaangaande de volgende aantekening
gemaakt:
Op mijn uitnodiging om de kerk te komen zien, werd met een zeker "heel graag" geantwoord en tegen 12 uur ontving ik het gezelschap.
Z. Exc. stelde mij voorde waarnemend griffier der Staten, de heer Merkus, die hem met burgemeester Jan Arend de Buma en de wethouders vergezelde.
Tot in de kleinste bijzonderheden werden kerk, kerkhof, tuin en sacristie bezichtigd. Op raad van de Commissaris der Koningin, die het ledige ooievaarsnest in de tuin zag, heeft de Deken een ondiepe mand op de paal bevestigd en die met paardenmest bijna geheel doen vullen.
1894 De eerste ooievaar, die maart of april in deze streken te zien was, heeft met zijn wederhelft het nest in bezit genomen. Ongeveer 20 mei zijn de jongen uitgekomen; 6 juni werd een kuikentje dood onder het nest gevonden. Er bleven toen 3 levende jongen over , die grootgebracht, omstreeks de laatste helft van augustus naar andere streken zijn verhuisd.
1895 Op 4 maart is de ooievaar voor het eerst op het nest gekomen; de tweede kwam op 22 maart. De 12e mei was het broeden geëindigd. In de eerste dagen van juli zijn de 3 jongen uitgevlogen, maar ze kwamen nog dagelijks op hun nest terug.
1896 Het ooievaarsnest was deze winter omgewaaid. Op 30 januari werd een nieuwe paal opgericht op de plaats waar het nest vroeger stond. 11 Maart is de ooievaar op het nest gekomen. Omstreeks 1 mei waren er 4 jongen, die op 5 juli voor het eerst zijn uitgevlogen.
Wanneer de jongen er waren nodigde de Deken enige notabelen op een avond aan de pastorie, waar hij hun beschuit met muisjes aanbood, zowel rose als witte, want de jongen waren ook van beiderlei geslacht. Er werd dan gekaart onder het genot van een glaasje wijn.
1897 De 5e maart zijn de ooievaars gekomen. 17 Maart begonnen beiden te slepen en te nestelen. Begin mei waren er 4 jongen, waarvan er 2 spoedig zijn gestorven.
1900 Op II augustus kwam bovengenoemde Commissaris Benschop weer bezoeken, of hij wederom het ooievaarsnest bezocht heeft vermeldt het archief niet.
1905 Begin dit jaar werd door timmerman van Kleef een nieuw rad met een door Hannes Baars gevlochten mand in de plaats van het vorige nest opgericht.
1916 Deken van Rossurn is plotseling overleden. Na de dood van de Deken worden de ooievaars niet meer in de kronieken vermeld. Of ze wegbleven uit rouw over
de overledene of uit minder interesse van de opvolgers is.
[terug naar hoofdstuk
15] | [lees het volgende hoofdstuk]
| [terug
naar top] | [terug naar inhoud]
Samenstellers van deze tekst ter gelegenheid
van het 175-jarig bestaan van de kerk van de H. Victor zijn:
F.T. Pastoors en
G.J. Boere.
Bronnen:
Archief van de parochie van de H. Victor.
Archief van de Gemeente
Benschop. De Lopikerwaard deel 1
door W.F.J. den Uyl.
De kerk der hervormde
gemeente Benschop door J.G.M. Boon.
Sprokkels uit de oude
kerspel van Benschop door J.H. Hofman.
Geschiedenis van het
Katholicisme in de 16e en 17e eeuw door Prof. L.J. Rogier.
Archief van de
Gereformeerde kerk te Benschop.
Met dank aan degenen die voor fotomateriaal gezorgd hebben
en heel in het bijzonder het Streekarchivaat
Z.W. Utrecht.
F.T. Pastoors en
G.J. Boere.
|